Wat is Autisme?

Ruim 1% van de Nederlanders, ongeveer 200.000 mensen, heeft autisme. Het aantal mensen dat te maken heeft met autisme – zoals ouders, broers, zussen, partners, leraren en zorgverleners – is vele malen groter.

Autisme kan het beste worden omschreven als verzamelnaam voor gedragskenmerken die duiden op een kwetsbaarheid op de volgende gebieden: sociale interactie, communicatie, flexibiliteit in denken en handelen en het filteren en integreren van informatie.

Wetenschappers wereldwijd doen al jaren volop onderzoek naar autisme. Desondanks is nog altijd onbekend wat autisme nou precies is. Ook bestaat er geen ‘biomarker’ – zoals een bloed- of  DNA-test – waarmee autisme objectief kan worden vastgesteld.

Toch is er ook al veel wél bekend, bijvoorbeeld over de problemen waar mensen met autisme tegenaan kunnen lopen en wat hun sterke eigenschappen zijn.

Ook is duidelijk dat autisme grote invloed heeft op iemands leven. Onder andere doordat informatie door mensen met autisme op een andere manier wordt verwerkt in de hersenen. Daarbij gaat het ook om informatie die binnenkomt via de zintuigen; vaak is er sprake van sensorische over- of ondergevoeligheid.

Er bestaat geen biomarker voor autisme, zoals een bloed- of dna-test. De diagnose wordt gesteld door een psychiater of een gz-psycholoog aan de hand van een aantal gedragskenmerken. Iedere persoon met autisme is anders.

Een diagnose autisme wordt gesteld volgens de criteria die beschreven staan in de DSM V; de sociale communicatie en interactie, stereotype gedragingen en interesses en sensorische overgevoeligheid. Als gevolg hiervan geeft autisme problemen op de gebieden van de theory of mind (sociale ontwikkeling), de executieve functies (plannen, organiseren, uitvoeren) en de centrale coherentie (overzicht hebben en contextverlening).

Kenmerken die vaak in verband worden gebracht met autisme zijn:

  • Problemen op sociaal gebied/minder goed ontwikkelde sociale intuïtie
  • Moeite met (onverwachte) verandering
  • Dingen heel letterlijk nemen
  • Eerlijk en recht door zee
  • Uitstekende detailwaarneming
  • Goed in analyseren
  • Niet graag over koetjes en kalfjes praten
  • Goed in het herkennen van patronen
  • Moeite met het bewaren van overzicht
  • Loyaal
  • Buiten vaste kaders kunnen denken
  • Perfectionistisch
  • (Ogenschijnlijk) geen interesse voor anderen tonen
  • Nauwkeurig
  • Over- of juist ongevoelig voor zintuiglijke prikkels
  • Heel intensief bezig zijn met een beperkt aantal onderwerpen
  • Hyperfocus
  • Talent voor specialisatie
  • Voorkeur voor een op een-contact
  • Tragere informatieverwerking

Autismekenmerken komen bij alle mensen in meer of mindere mate voor. Zo vinden veel mensen het prettig om vaste routines aan te houden of om zich langere tijd intensief met één onderwerp bezig te houden. Ook problemen op sociaal gebied zijn veel mensen niet vreemd. Een diagnose autisme krijg je pas als deze kenmerken zorgen voor serieuze lijdensdruk of voor grote problemen op levensgebieden als werk, vrije tijd en relaties.

Bij iedereen uit autisme zich op een andere manier. De ene persoon ervaart problemen bij het plannen en organiseren van taken. De ander heeft weer wat meer moeilijkheden op het gebied van de zintuiglijke informatieverwerking en is sneller moe en/of overprikkeld en weer een ander heeft moeite met sociale contacten, sociale communicatie en het begrijpen van nonverbale communicatie en figuurlijk taalgebruik.

Informatieverwerking

Als er sprake is van autisme verloopt de informatieverwerking op een andere manier, vaak is er sprake van een disharmonische ontwikkeling. Dat komt omdat autisme een pervasieve ontwikkelingsstoornis is. Dit betekent dat autisme op alle ontwikkelingsgebieden van invloed is; de sociale ontwikkeling, motorische ontwikkeling, zintuiglijke ontwikkeling, cognitieve ontwikkeling, emotionele ontwikkeling. In het verleden werd autisme onderverdeeld in verschillende categorieën zoals Syndroom van Asperger, PDD-NOS, kernautisme, MCDD e.d. Sinds 2015-2016 wordt in het psychiatrisch handboek DSM V gesproken over autisme spectrum stoornis A.S.S, de nieuwe officiële benaming voor alle vormen van autisme. Autisme Spectrum Stoornis (A.S.S.) is de verzamelnaam voor de verschillende vormen van autisme. 

Andere manier van waarnemen

Bij autisme wordt waargenomen in delen. Dit is een essentieel verschil met mensen zonder autisme.
Het waarnemen verloopt via de zintuigen, deze informatie gaat naar de hersenen, daar wordt informatie verwerkt en vervolgens komt er een reactie. In dit verwerkingsproces brengen de hersenen samenhang aan. Bij autisme ontbreekt deze samenhang. Dit komt doordat waargenomen wordt in delen, de samenhang is niet vanzelfsprekend aanwezig.
Voorbeeld: je ziet dat er iemand naar de voordeur loopt, je hoort de bel, je staat op en doet de deur open. Hier hoef je niet echt over na te denken. Je hoort de bel en je doet open, is het verband tussen de waarneming (iemand naar de deur zien lopen en de bel horen) en het gevolg (de deur opendoen). Voor een persoon met autisme is dit verband niet vanzelfsprekend. Het kan voorkomen dat de persoon met autisme niet opendoet en rustig blijft zitten.
De informatie, iemand aan de deur, bel, opendoen komen als losse op zichzelf staande delen (puzzelstukjes) binnen, de hersenen gaan puzzelen (verwerken) dit kost meer tijd en energie. De hersenen werken hard om alle puzzels te leggen, de tijd die het kost om te reageren duurt hierdoor langer.

Deze manier van informatieverwerking heeft gevolgen voor het denken;
doordat de samenhang niet wordt gezien ervaart de persoon met autisme vaak chaos;

  • zoekt veiligheid in repeterende handelingen.
  • gaat op zoek naar routines en structuren (doet altijd alles op dezelfde manier).
  • houdt vast aan deze structuren (raakt in paniek als het anders gaat).
  • heeft hierdoor weerstand tegen verandering (chaos).

Plannen, organiseren en uitvoeren

Nieuwe vaardigheden aanleren gaat moeizaam, bijvoorbeeld veters strikken, een jas aandoen, een werkstuk schrijven. Vaak weet de persoon met autisme niet wat hij moet doen, hoe hij het moet doen in welke volgorde, waar hij het moet doen, wanneer hij dat moet doen, met wie hij dat moet doen. Er is geen overzicht, geen helikopterview. Dit zegt niet iets over intelligentie, maar meer over het denken in losse delen.

Binnenkant van zichzelf en de van de ander

De persoon met autisme heeft nauwelijks het vermogen om de binnenkant van zichzelf en de ander te herkennen; Hij kan alleen vanuit zichzelf denken, dit is geen egoïsme. De vaardigheid om zich in te leven in een ander is vaak in beperktere mate aanwezig. Vriendschappen verlopen hierdoor moeizaam, emoties bij communicatie worden niet juist geïnterpreteerd.

In de normale opvoeding volgen ouders de ontwikkeling van het kind en reageren hierop zoals ze intuïtief denken dat het beste is. Ouders van kinderen met autisme hebben allang gemerkt dat gewone opvoedingstechnieken bij hun kind niet werken. Het vraagt van ouders een andere kijk op het gedrag van hun kind. Kijken met voorkennis van autisme.